| persoonlijke gegevens van Pieter Kornelis Walda, onderwijzer te Balk, Sliedrecht, Bolsward, Ned. Indië |
| Pieter Kornelis Walda, geboren op 24 januari 1892 te Scharnegoutum als zoon van Roelof Walda, hoofd ener school te Scharnegoutum, en Aaltje Bartlema. Overleden op 22 december 1944 te Ambarawa, kamp 8 (Ned. Indië) |
| Op 3 april 1918 getrouwd in de gemeente Gaasterland met: |
| Froukje Kanninga, geboren op 18 juni 1891 te Balk als dochter van Hendrik Kanninga, slager te Balk, en Eelkje de Jong. Overleden in november 1989 te Koudum, 98 jaar oud. |
| Uit dit huwelijk: |
1. Roelof, geboren op 4 mei 1922 te Bolsward. Overleden op 15 januari 1943 in de Golf van Martaban als krijgsgevangene, 20 jaar oud..
Mil. sergeant, overleden aan boord van het Japanse transportschip Nitimei Maru. Ongehuwd. Leerling chr. lyceum. Herv. Hij vond een zeemansgraf. Zijn vader Pieter Cornelis Walda overleed op 22 december 1944 te Ambarawa in een Japans interneringskamp. Van 1 augustus 1934 tot 1 augustus 1940 was Roelof student aan het christelijk lyceum te Bandoeng. Bij het uitbreken van de oorlog werd hij geplaatst bij de opleiding tot reserveofficier. In actieve dienst bij het KNIL was hij sergeant in Surabaia. In Bandoeng werd hij krijgsgevangen gemaakt. OGS: gedenkboek 39. |
|
|
| 2. Henni, |
| 3. Eeltje, |
| 4. Ali, |
meer over de stamboom van de familie Walda is te vinden op de website van Peter de Vries |
| |
|
|
bron: Leeuwarder Courant van 11 november 1911 |
bron: Leeuwarder Courant van 2 december 1911 |
waarschijnlijk staat Pieter Kornelis Walda op deze klassenfoto van omstreeks 1915 |
| |
|
|
bron: Leeuwarder Courant van 29 december 1917 |
bron: Leeuwarder Courant van 3 oktober 1919 |
| |
Pieter Kornelis Walda was onderwijzer aan een zendingsschool voor mulo-onderwijs. Hervormd. Hij is overleden tengevolge van ontberingen tijdens Japanse internering. Walda droeg kampnummer 27794. Begraven op het Nederlandse ereveld Kalibanteng te Semarang (Ind), vak M, rij I, nr. 214. |
|
| |
|
gezicht op kamp Ambawara |
Twee rijen barakken met een grasveld en een weg ertussen. Links de keuken en rechts de 'grote weg' met barakken en een rond gebouwtje. Dit laatste gebouwtje is de niet werkende cartesische bron. Verspreid zijn hier en daar mensenfiguren zichtbaar, werkend of in een groep pratend. Op de achtergrond bomen en heuvels.
Het gebouwtje is de zogenaamde Cartesische bron. De watertoren was afgesloten door de Indonesiërs waardoor de bron als enige watertoevoer voor de 4.000 inwoners overbleef. Om de keukens van water te voorzien vormden de vrouwen een menselijke ketting van de bron tot aan de keukens, om het water in emmers door te geven. De rij overbrugde een afstand van ongeveer 250 meter. |
|
| |
|